Naakt
- Ralf Kolleppel
- 31 jan 2021
- 3 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 12 aug 2021
In de kleedkamer van het zwembad stond een man. Naakt. Met zijn voeten meer dan schouderbreedte uit elkaar. Een houding die leek op die van iemand die een hoepel om zijn lichaam laat draaien, maar gestopt is op het punt dat de heupen naar voren wijzen. Een hand in zijn zij en de andere, met de telefoon, aan zijn oor. Borst vooruit. Het had een standbeeld kunnen zijn: de naakte beller of de bellende naakte.
Natuurlijk ben ik ook wel naakt geweest in het bijzijn van anderen. Seks hebben wordt anders wel erg lastig. Maar zo publiekelijk naakt staan te bellen, in die houding, dat was een niveau van naakt zijn dat mij toch net iets te hoog gegrepen was.
Ongeveer een jaartje later, had mijn toenmalige vriendin een verassing: twee coupons voor een dagje sauna. Ergens wist ik meteen dat ik mezelf weer eens in een situatie had gebracht waar een hoop ongemak bij zou komen kijken. Ze had al eens verteld dat ze van de sauna hield. āDat staat ook nog op mijn lijstje van dingen-om-ooit-nog-eens-te-doenā, had ik waarschijnlijk, met mijn grote mond, gezegd.
Waarom lijkt onze naaktheid vaak zo onnatuurlijk, terwijl we zo geboren worden?
Het probleem is natuurlijk niet het naakte lichaam, maar dat wat zich in ons hoofd afspeelt. Toen we nog in onze blote billetjes - in de tuin, op de camping of op het strand, vrolijk rondrende, speelde zich daar nog niet zoveel af.
Maar samen met de volwassenheid komt natuurlijk ook het beeld dat we van onszelf gaan hebben, het beeld waarvan we denken dat anderen het van ons hebben en het beeld waarvan we denken dat we daaraan moeten voldoen. Beelden waarvan de naakte beller geen enkele hinder leek te ondervinden.
Toen we bij de sauna aankwamen, bleek dat we van tevoren hadden moeten reserveren. Stiekem voelde ik opluchting. Al noemde ik het liever go with the flow. āWat fijn dat wij allebei zo makkelijk zijn in het accepteren van het feit dat we ons vergist hebbenā.
Dan maar een film kijken.
Terwijl we samen op de bank zaten, en ijs aten, wist ik dat het ongemak gewoon geduldig op mij zou blijven wachten, tot de volgende keer. Sterker nog; er was nu juist meer tijd om het allemaal spannender te maken in mijn hoofd. Een week om precies te zijn. Want de volgende zaterdag zaten we alweer in de auto. Deze keer had ik gereserveerd.

We liepen de kleedruimte uit. De handdoeken nog veilig om onze middels. Daaroverheen de badjas. Zij ging me voor, richting de saunaās. Haar badjas ging uit en de handdoek af. Met gemak.
Als bloesem in de wind, zo natuurlijk en mooi. Nu was ze naakt, net als alle andere mensen die ik zag. OkĆ©, dacht ik. Net als het afdoen van een pleister. In een keer. Dan voel ik er het minst van. Badjas uit, handdoek af, enā¦. Naakt, van top tot teen. Maar dit viel reuze mee. Ik had het schaamrood op mijn wangen verwacht. Starende ogen. Hardkloppingen. Tromgeroffel en loeiende sirenes. Het welbekende gevoel van schaamte, alsof er een ballon werd opgeblazen in mijn maag en mijn keel langzaam dichtgeknepen werd. Dat was het beeld dat zich in de loop van de week in mijn hoofd gevormd had. Maar nee, niets van dat alles. Mensen hadden niet eens in de gaten dat ik er was. Ik was namelijk net als hen: helemaal naakt. En als je allemaal naakt bent, is naaktheid ineens heel normaal. Buiten de sauna realiseerde ik me dat onder al die kleding eigenlijk iedereen gewoon naakt is. Ach, dat zal de naakte beller vast ook gedacht hebben. Als hij al gedachtes had. Want soms kun je die gewoon beter laten voor wat ze zijn.
Opmerkingen