Handdruk
- Ralf Kolleppel
- 20 feb 2021
- 2 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 12 aug 2021

Waaauw’… klonk het ineens vanuit mijn broekzak. Vlak nadat de zin ‘I feel good’ gezongen werd, pakte ik mijn telefoon op. Het was mijn moeder. Daar zou ik nog even langsgaan. Ik was onderweg naar een luxe hotel in de buurt van mijn geboorteplaats. Het was een van mijn vaste opdrachtgevers in de jaren dat ik werkte als fotograaf. De gelegenheden verschilde per keer. Vaak een bedrijfsfeest, soms een bruiloft of een familieportret. Deze keer betrof het een verjaardagsfeest.
‘Ik werd daar net even heel vrolijk van’, zei de man die tegenover me zat in de trein. Hij doelde op mijn ringtoon. In zijn stem klonk de verwondering van een klein kind. Maar ook de kwetsbaarheid van een man met een turbulent leven, bleef niet onopgemerkt. In zijn mond waren haast geen tanden meer te zien. Op zijn arm, een kleine tatoeage. Als een boom in de mist nog maar half zichtbaar.
‘Ik wilde net eigenlijk naar de Tour du France gaan kijken in Luik’, begon hij te vertellen. ‘Maar een vriend van me, was ineens weg. Hij kwam niet meer terug nadat hij sigaretten ging halen. Hij, drinkt nogal veel. Ach, dan ga ik maar naar huis he.’ Na een verhaal over zijn tegenslagen, zoals zijn zus die kanker had en zijn eigen longcapaciteit van nog maar 20 procent, noemde hij het belang van de kleine dingen in het leven die je soms een momentje van geluk kunnen bezorgen; zoals de stem van James Brown uit mijn telefoon.
De trein was inmiddels bijna bij mijn eindbestemming aangekomen. Toen ik mijn tas pakte zag de man dat ik aanstalten maakte om uit te stappen. Hij stak zijn hand uit. Ik reikte hem de mijne toe. Slechts enkele van zijn vingertopjes raakte mijn hand.
De rest hing erbij als een dode vis.
Zijn kwetsbaarheid, zijn angsten, zijn zorgen; alles leek in deze hand aanwezig te zijn. Na enkele minuten lopen vanaf het station kwam ik op het feest aan. Ongeveer een halfuur later kwam het stralende middelpunt binnenlopen: een vrouw van zeventig. Zo’n tachtig gasten had ik al gefotografeerd. Qua belichting verschafte deze locatie mij, als fotograaf, een behoorlijke uitdaging. Buitenlicht, vermengt met spotjes en hangende lampen zorgde ervoor dat elke hoek een andere benadering en andere camera-instellingen vereiste. Maar waar de jarige oudere dame ook stond, de foto was altijd prachtig belicht; alsof zij het licht met zich meedroeg. Ze kwam naar me toe. ‘Aah, jij bent de fotograaf’, zei ze. Haar hand was een stuk kleiner dan de mijne en zag eruit zoals je van een vrouw van zeventig verwacht: hier en daar wat rimpels en een ader die door de dunne huid heen scheen. Maar ze gaf hem stevig. Als een speer, recht op het doel af. Alsof de levensenergie van alle mensen in de ruimte was samengebundeld in deze ene hand.
Je verhalen worden steeds krachtiger vindt ik