Three little birds
- Ralf Kolleppel
- 11 jun 2019
- 2 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 12 aug 2021

Soms schijnt er ineens licht op momenten dat je het niet verwacht. Je voelt je je ineens goed. Niet voor even, maar ben je geraakt door de eenvoud van het leven. Schoonheid die je je hele leven met je mee zal dragen. Een van die momenten kwam ik laatst in een oud dagboek tegen: Het bed waarin ik sliep en de bank waarop ik zat waren van mijn huurbaas. Mijn hart, voor een gedeelte, nog van mijn ex-vriendin. Mijn toekomst was een open veld waarin veel kon groeien, maar waarvoor eerst gezaaid moest worden. Om het te laten groeien was geduld nodig. Geduld had ik niet. Mijn lichaam was gevuld met onrust en een gejaagd gevoel. De avond van tevoren lag ik laat in bed. Daarom kwam er moeilijk weer uit in de vroege ochtend. Ik wist wel beter, maar toch neigde ik mijn onrust constant te willen blussen door tv-kijken en snoepen. Weten dat je met je aandacht naar de pijn toe moet om het te verzachten, en het daadwerkelijk doen daarvan, zijn twee totaal verschillende dingen. Gevangen in mijn eigen hoofd spendeerde ik die dag binnen in mijn kleine woonkamertje. Drie of vier stappen en ik was van de ene naar de andere kant. Een bank, een eettafeltje dat niet groter was dan een pallet, en een bureau waar net een monitor op paste. Dat was alles. Af en toe kwam de gedachte in me op om even te gaan wandelen, om de rust op te zoeken en de frisse buitenlucht. Maar ik bleef zo graag vasthouden aan het lijden, omdat dat vertrouwd was. Als ik naar buiten ging liep ik de kans om gelukkig te zijn.
Toch was er in de late middag een moment dat ik de stap naar buiten waagde. Ik nam een boek mee en ging achter in de tuin zitten. De zon scheen. Vrijwel direct voelde ik dat dit een goede beslissing was, maar van innerlijke rust was nog geen sprake. Totdat ik ineens geritsel hoorde. Voor me zag ik drie vogeltjes. Drie kleine, zwarte vogeltjes op de spierwitte kiezel. Alsof ze een ingestudeerd toneelstukje gingen opvoeren, kwamen ze langs huppelen. Het was een grappig tafereeltje om te zien. Het werd nog leuker toen een van de vogeltjes, van zijn ene naar zijn andere soortgenootje, heen en weer begon te huppelen. Alsof hij iets aan het influisteren was. De onrust, de drang om iets te doen, het was helemaal weg. Alleen de witte kiezel en de zwarte vogeltjes waren er nog. Op dat moment wist ik weer dat alles uiteindelijk goed zou komen.
Hi Ralf...mooi geschreven en heel begrijpelijk, groetjes Anita