Weer even kind zijn
- Ralf Kolleppel
- 13 mrt 2019
- 1 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 12 aug 2021

Toen mijn neefje weer naar huis ging, nadat we met zijn allen bij zijn opa en oma geweest waren, werd ik even meegenomen naar mijn kindertijd. Toen ik hem zag zitten op de achterbank van de auto van mijn broer, dacht ik terug aan de momenten dat we zelf als kind op de achterbank van de auto zaten, onze vader achter het stuur. Het was donker. Buiten flitsten de lichten van lantaarnpalen, en de verlichting van steden en industriegebieden in de verte, aan ons voorbij. Veilig in de auto, kijkend naar buiten, deels in mijn eigen fantasiewereld waar alles mogelijk was. Vaak fantaseerde ik dat ik zelf achter het stuur zat, en dat de auto dan een geavanceerd ruimtevaartuig was. Mijn dashboard was voorzien van allerlei knoppen en lampjes. De lichten van andere autoās waren kometen en ruimteschepen waar ik tussendoor vloog. We gingen op vakantie, dus even weg van school. Even weg van de angst en onzekerheid die ik daar telkens voelde. Slechts de donkere auto, het geluid van de motor, mijn slaperige oogjes en de lichten van buiten die door de ramen naar binnen schenen.
Nu, zoān 25 jaar later, dacht ik daaraan terwijl ik bij mijn ouders thuis nog een kopje thee inschonk. Iets later ging ik zelf ook naar huis, met de trein en de bus. Ik keek naar buiten. De lichten van de lantaarnpalen, gebouwen en autoās schenen door de met regendruppels bedekte ruiten naar binnen. Zittend op de achterbank van de bus voelde ik me even weer dat kleine jongetje, veilig in de auto, mijn vader achter het stuur.
Opmerkingen