Gentleman
- Ralf Kolleppel
- 21 mei 2017
- 2 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 12 aug 2021

Het was weer tijd voor het halfjaarlijkse bezoek aan de tandarts. Niet bepaald een moment waar ik om sta te springen, maar sommige dingen moeten nu eenmaal gebeuren. De zon scheen; het was lenteachtig weer. De weg ernaartoe was dus niet onaangenaam. Toen ik naar binnen liep, was ik aangenaam verrast. De architect had mooie ronde vormen gebruikt voor de muren en de balie. Ook de wachtkamer was veel moderner dan op de vorige locatie. Aan de muur hingen fotolijstjes; ze waren nog leeg. Om het wachten iets te veraangenamen, had ik een boek meegenomen. Uiteindelijk vond ik het bijna jammer dat ik snel aan de beurt was; ik zat net lekker te lezen. In de tandartsstoel kon het wachten verdergaan. Ditmaal zonder boek, maar met de heerlijk, warme zon, die door de grote ruiten naar binnen scheen. De tandarts vond de zon minder prettig, dus verhuisden we naar de kamer ernaast. Geen zon, maar wel uitzicht op de zee, in de vorm van een enorme poster aan de muur. Hadden ze die poster maar in de zonnige kamer ernaast gehangen. Dan was, met een beetje verbeeldingsvermogen, een tandarts bezoekje bijna nog een leuk dagje weg. Bij tandartsen is er iets dat ik me altijd afvraag: waarom kiest iemand voor dat beroep? OkĆ©, het verdient goed, maar je zit wel de hele dag mensen in de bek te kijken. En die zijn niet allemaal even prettig om in te kijken. Je zult op zoān werkdag behoorlijk wat etensresten, kromme tanden en onaangename geurtjes tegenkomen. Voordat laatste zitten ze gelukkig veilig achter een mondkapje. Maar wat beweegt iemand ertoe? Toen ik er zo over nadacht, vulde mijn hart zich met dankbaarheid. Het is tenslotte toch fijn dat er mensen zijn die van mensen in de mond kijken hun dagelijkse werkelijkheid gemaakt hebben. āje tanden zien er erg goed uitā, klonk het van achter het mondkapje. Na een korte demonstratie waarin hij me liet zien hoe ik mijn tandvlees nog beter kon onderhouden met de tandenborstel, en een beetje schoonmaken, zat het er op. In totaal heeft dit volgens mij niet langer geduurd dan vijf tot tien minuutjes. Het wachten duurde langer. De gedachten aan de intenties blijven me bezighouden. Op de terugweg in de trein dient zich een andere vraag aan: wat zijn mijn eigen intenties, waarom doe ik wat ik doe? En dan bedoel ik niet alleen de grote levensvragen zoals: beroep, studie of relaties, maar juist ook de kleine, alledaagse dingen. Waarom laat ik een mooie dame in de trein bijvoorbeeld eerst uitstappen? Ben ik echt zoān oprecht, eerlijk mens; een gentleman, of wil ik gewoon even haar goedgevormde achterwerk aanschouwen?
Opmerkingen